Verhaal X (6)

De geur van rook en alcohol komt Jens tegemoet als hij het vervallen flatgebouw binnen gaat. Hij is hier de laatste maanden al veel te vaak geweest. De gang wordt gekenmerkt door afzichtelijke graffiti. In veel gevallen kan graffiti kunstzinnig genoemd worden, maar in deze flat wonen absoluut geen kunstenaars. Dichtgetimmerde deuren volgespoten met fluorescerende verf doen vermoeden dat de flat verlaten is. Het tegendeel is echter waar.

Bij het opgaan van de trap komt het dreunen van de muziek steeds dichterbij. Als Jens bijna bij de juiste deur is, voelt hij in zijn hele lichaam de muziek trillen. Hij voelt zich net zo zenuwachtig als de eerste keer dat hij hier was, misschien is het dit keer zelfs erger. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij veegt vluchtig het zweet van zijn handen af aan zijn lichtblauwe spijkerbroek.  Hij ademt diep uit en bonkt met zijn vuist twee keer op de eikenhouten deur. Het dreunen van de muziek gaat door. Na tien lange, zenuwslopende seconden wordt de deur opengedaan door een bekend gezicht. In de deuropening staat de gezette man waar Jens naar op zoek is. – Boekenliefhebber – 

“Pap?”

De man kijkt hem niet aan, maar staart in plaats daarvan naar het kleine, zilvergrijze kistje dat Jens in zijn hand geklemd heeft. De moed zakt Jens in de schoenen als hij ziet dat zijn vader zeer zeker stoned en dronken is. Hij doet een stap naar achteren om Jens binnen te laten en de geur van drugs, alcohol en zweet komt hem tegemoet.

De hal is donker en ruikt muf. Zijn vader sjokt traag achter hem aan en bij elke stap kraken de houten planken onder zijn zware gewicht. Als Jens de deur naar de woonkamer nadert, ziet hij in de hoek van de kamer een zwarte stereo-installatie staan die op vol volume de klanken de wereld in slingert. Hij draait de volumeknop uit en een onheilspellende stilte daalt neer in het appartement. Op het tafeltje bij de versleten bank ziet Jens een brandende joint liggen en op de hoek twee strakke, witte lijntjes. Hij loopt naar het tafeltje en drukt de joint uit.

“Ik heb het gedaan, pap.”

Jens laat het kistje zien. Zijn vader strekt een hand uit, maar Jens trekt het kleine, vierkante voorwerp weer naar zich toe.

“Ik kan het nog steeds niet geloven, maar ik heb het geld waar je om vroeg,” gaat hij verder. “Nu is het jouw beurt om de rekening te vereffenen, je hebt het ons al moeilijk genoeg gemaakt.” – Eline schrijft hier. – 

Jens kijk zijn vader aan. Beiden zwijgen. Zweet parelt langs de magere wangen van zijn vaders gezicht. Zijn ogen flitsen zenuwachtig heen en weer en blijven hangen op een punt achter Jens’ hoofd. ‘Jur, wie is daar?’ vraagt een zachte zangerige stem. Jens draait zich om.
Lang donker haar, witte gympen en een spijkerbroek. Een zacht glimmende, olijfkleurige huid. De lichte geur van amandelmelk die de lucht vult.

‘Nou?’ vraagt het wonder in de keukendeur? ‘Wie?’ Jur zucht, draait zich naar haar om en zegt: ‘Dit is mijn zoon, Jens.’
‘Zoon… Jens?’ Haar donkere ogen taxeren beide mannen. ‘Een antwoord graag…’

‘Ehmmm…Yep. Zoon.’

Even blijft het stil. Plots schiet er iets door de kamer. In een flits ziet Jens een donkere arm voorbij komen, een been met een witte gymp en dan wordt het zwart.

Als Jens bijkomt voelt hij als eerste de harde grond, daarna het gebonk in zijn hoofd en de tape op zijn mond en om zijn handen.
Hij doet een bodycheck. Zijn voeten kan hij bewegen, hij weet het antwoord op de vraag wat de wortel van 49 is en herinnert zich zijn geboortedatum, naam en adres. Zijn ogen zijn gewend aan het duister en hij kan de contouren van een kamer zien. Ook gunstig.
Opgelucht haalt hij adem. De schade lijkt beperkt. – Denise Hulst – 

Zijn gedachten ordenen zich. Is hij neergemaaid door een vrouw wier stem hem in eerste instantie aangenaam in de oren had geklonken?

Shit! Het kistje. De enige reden om na al die tijd de stap te nemen om zijn vader op te zoeken. Het zou hen beiden kunnen redden van een onvermijdelijke ondergang.

Waar is het?

Jens luistert ingespannen als zachte stemmen zijn oren bereiken. Een flard van het gesprek dat hij opvangt, bezorgt hem koude rillingen. ‘… weet te veel. Hij moet … De gracht is diep genoeg. Zo snel mogelijk … vannacht nog.’

Jens wacht op de stem van zijn vader die een protest moet laten horen. Dat gebeurt niet, maar hij hoort een instemmend gemompel.

Met alle kracht die hij in zich heeft, beweegt hij zijn armen. Het solide plakband wijkt geen millimeter en Jens voelt de paniek in zich omhoog kruipen. Hij had beter moeten weten. Zijn vader kent geen scrupules.

Gedachten snellen hem vooruit. Hoewel hij de grachten op zijn duimpje kent, zal het koude water zijn spieren verlammen.

De vrouwenstem die niets van haar lieflijke klank heeft verloren, dringt duidelijker tot hem door. Hij hoort een deur die wordt geopend, maar niet die van de kamer waarin hij hulpeloos op de grond ligt.

‘Pak jij zijn voeten?’ – Karin Hazendonk – 

Woest grommend kronkelt hij over de vloer. Hij moet hier weg zien te komen en snel! Hij voelt hoe handen naar zijn benen graaien. Hij hoort haar vloeken. Het plakband verbergt zijn grijns. Mooi zo!

“Verdomme! Schiet op voordat hij er is!”

De stem van de vrouw slaat over en onder andere omstandigheden zou het zelfs nog komisch zijn. Vanuit zijn ooghoek ziet Jens zijn vader klungelig een poging doen haar te helpen. Duidelijk  niet erg enthousiast om zijn bloedeigen zoon om het loodje te leggen.

Met een klap zwaait de deur open naar de ruimte waar Jens met zijn vader en de vrouw ligt te worstelen. Een man in een strak, driedelig pak stapt naar binnen en kijkt afkeurend naar het tafereel. Achter hem volgen twee mannen, van wie hij alleen de vlekkeloos gepoetste zwarte schoenen ziet.

“Wat gebeurt hier?” vraagt de man met een zware stem en een slepend accent. “Wat doet die knul hier?”

De vrouw laat Jens los en neemt snel een stap naar voren, haar kleding met trillende handen ordenend.

“Sorry meneer Zorbas, hij kwam op het verkeerde moment binnenvallen. We lossen het op. U hoeft zich geen zorgen te maken.” – Amber Brejaart –

“Doe de lampen aan,” zegt meneer Zorbas met lage monotone stem tegen één van zijn mannen.
De man reageert als een goed getrainde hond en loopt naar de lichtschakelaar bij de deuropening.
De TL-lampen beginnen te zoemen. Terwijl iedereen even knijpt en knippert met de ogen, blaft meneer Zorbas een bevel naar de andere man in pak.
“Haal dat verdomde tape van zijn mond bij die eikel!”
Jens onderdrukt een kreet, terwijl de man in pak in één ruk het tape van zijn mond haalt, inclusief een tiental snorharen.

Zorbas kijkt indringend naar de ogen van Jens. Jens’ vader kijkt naar de oude scheur in de betonnen vloer, terwijl Jens zijn ogen naar zijn vader gaan. Daardoor is hij de enige die ziet dat de rimpels in het voorhoofd van zijn vader niet alleen komen van ouderdom en een zwaar leven met smerige coke en goedkope blikjes Klokbier. Nee, Jens herkent deze blik maar al te goed. Dit is zijn vaders blik als er iets uitkomt wat hij onder de mat had geschoven.

Er verschijnt een zuinige glimlach op het oude geslepen hoofd van meneer Zorbas.

“Zo een familiebezoekje? Laat me raden…je tante?”
Jens’ donkere ogen vergroten zich en zijn mond valt open, terwijl hij naar de vrouw kijkt. De vrouw met de witte gympen en precies dezelfde donkere ogen als die van hem. -Susanne Roerdink-

Kabinet stelt genderneutrale boeken verplicht

Den Haag – In navolging van onder andere de Nederlandse Spoorwegen, de Londense metro en gemeente Amsterdam worden nu alle Nederlandse boeken genderneutraal. Ondanks het zomerreces heeft het kabinet met een geringe meerderheid hiertoe besloten.

Vanaf 1 januari 2018 moeten alle nieuwe Nederlandse boeken genderneutraal zijn. Reeds uitgegeven boeken blijven in dezelfde vorm bestaan, echter de herdrukken dienen een totale transformatie te ondergaan. Het kabinet heeft een lijst opgesteld met enkele verboden woorden zoals de voor de hand liggende termen man, vrouw, jongen en meisje. De verboden lijst bevat eveneens minder bekende termen zoals deerne en basserool.

Het besluit is een ingrijpende verandering voor de hedendaagse Nederlandse literatuur. Het meest bekende werk van Kluun, Komt een vrouw bij de dokter, krijgt een geheel nieuwe titel, namelijk Komt een partner – bij geboorte gezien als meisje – bij de dokter. Özcan Akyol heeft reeds een simpele oplossing gevonden voor zijn roman Turis, een verhaal over zijn vader. “Ik heb gewoonweg alle synoniemen voor ‘vader’ vervangen door de term ‘een van mijn ouders’. Het tast het hart van mijn roman aan, maar hierdoor krijgt het verhaal een compleet andere wending. Alsof er een nieuw boek is ontstaan.”

Naast veranderingen in de teksten, heeft de boekenwereld met lastigere zaken te maken. Wat gaat er gebeuren met de naam Corine Hartman? Als zij haar naam verandert, dan weet niemand meer om welke schrijver het gaat. Als klap op de vuurpijl staat zelfs een heel genre op de tocht, de chicklit. Het schijnt dat Chantal van Gastel en Elsbeth Witt inmiddels aan het brainstormen zijn over een nieuwe naam voor het genre.

Verhaal X (5)

De geur van rook en alcohol komt Jens tegemoet als hij het vervallen flatgebouw binnen gaat. Hij is hier de laatste maanden al veel te vaak geweest. De gang wordt gekenmerkt door afzichtelijke graffiti. In veel gevallen kan graffiti kunstzinnig genoemd worden, maar in deze flat wonen absoluut geen kunstenaars. Dichtgetimmerde deuren volgespoten met fluorescerende verf doen vermoeden dat de flat verlaten is. Het tegendeel is echter waar.

Bij het opgaan van de trap komt het dreunen van de muziek steeds dichterbij. Als Jens bijna bij de juiste deur is, voelt hij in zijn hele lichaam de muziek trillen. Hij voelt zich net zo zenuwachtig als de eerste keer dat hij hier was, misschien is het dit keer zelfs erger. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij veegt vluchtig het zweet van zijn handen af aan zijn lichtblauwe spijkerbroek.  Hij ademt diep uit en bonkt met zijn vuist twee keer op de eikenhouten deur. Het dreunen van de muziek gaat door. Na tien lange, zenuwslopende seconden wordt de deur opengedaan door een bekend gezicht. In de deuropening staat de gezette man waar Jens naar op zoek is. – Boekenliefhebber – 

“Pap?”

De man kijkt hem niet aan, maar staart in plaats daarvan naar het kleine, zilvergrijze kistje dat Jens in zijn hand geklemd heeft. De moed zakt Jens in de schoenen als hij ziet dat zijn vader zeer zeker stoned en dronken is. Hij doet een stap naar achteren om Jens binnen te laten en de geur van drugs, alcohol en zweet komt hem tegemoet.

De hal is donker en ruikt muf. Zijn vader sjokt traag achter hem aan en bij elke stap kraken de houten planken onder zijn zware gewicht. Als Jens de deur naar de woonkamer nadert, ziet hij in de hoek van de kamer een zwarte stereo-installatie staan die op vol volume de klanken de wereld in slingert. Hij draait de volumeknop uit en een onheilspellende stilte daalt neer in het appartement. Op het tafeltje bij de versleten bank ziet Jens een brandende joint liggen en op de hoek twee strakke, witte lijntjes. Hij loopt naar het tafeltje en drukt de joint uit.

“Ik heb het gedaan, pap.”

Jens laat het kistje zien. Zijn vader strekt een hand uit, maar Jens trekt het kleine, vierkante voorwerp weer naar zich toe.

“Ik kan het nog steeds niet geloven, maar ik heb het geld waar je om vroeg,” gaat hij verder. “Nu is het jouw beurt om de rekening te vereffenen, je hebt het ons al moeilijk genoeg gemaakt.” – Eline schrijft hier. – 

Jens kijk zijn vader aan. Beiden zwijgen. Zweet parelt langs de magere wangen van zijn vaders gezicht. Zijn ogen flitsen zenuwachtig heen en weer en blijven hangen op een punt achter Jens’ hoofd. ‘Jur, wie is daar?’ vraagt een zachte zangerige stem. Jens draait zich om.
Lang donker haar, witte gympen en een spijkerbroek. Een zacht glimmende, olijfkleurige huid. De lichte geur van amandelmelk die de lucht vult.

‘Nou?’ vraagt het wonder in de keukendeur? ‘Wie?’ Jur zucht, draait zich naar haar om en zegt: ‘Dit is mijn zoon, Jens.’
‘Zoon… Jens?’ Haar donkere ogen taxeren beide mannen. ‘Een antwoord graag…’

‘Ehmmm…Yep. Zoon.’

Even blijft het stil. Plots schiet er iets door de kamer. In een flits ziet Jens een donkere arm voorbij komen, een been met een witte gymp en dan wordt het zwart.

Als Jens bijkomt voelt hij als eerste de harde grond, daarna het gebonk in zijn hoofd en de tape op zijn mond en om zijn handen.
Hij doet een bodycheck. Zijn voeten kan hij bewegen, hij weet het antwoord op de vraag wat de wortel van 49 is en herinnert zich zijn geboortedatum, naam en adres. Zijn ogen zijn gewend aan het duister en hij kan de contouren van een kamer zien. Ook gunstig.
Opgelucht haalt hij adem. De schade lijkt beperkt. – Denise Hulst – 

Zijn gedachten ordenen zich. Is hij neergemaaid door een vrouw wier stem hem in eerste instantie aangenaam in de oren had geklonken?

Shit! Het kistje. De enige reden om na al die tijd de stap te nemen om zijn vader op te zoeken. Het zou hen beiden kunnen redden van een onvermijdelijke ondergang.

Waar is het?

Jens luistert ingespannen als zachte stemmen zijn oren bereiken. Een flard van het gesprek dat hij opvangt, bezorgt hem koude rillingen. ‘… weet te veel. Hij moet … De gracht is diep genoeg. Zo snel mogelijk … vannacht nog.’

Jens wacht op de stem van zijn vader die een protest moet laten horen. Dat gebeurt niet, maar hij hoort een instemmend gemompel.

Met alle kracht die hij in zich heeft, beweegt hij zijn armen. Het solide plakband wijkt geen millimeter en Jens voelt de paniek in zich omhoog kruipen. Hij had beter moeten weten. Zijn vader kent geen scrupules.

Gedachten snellen hem vooruit. Hoewel hij de grachten op zijn duimpje kent, zal het koude water zijn spieren verlammen.

De vrouwenstem die niets van haar lieflijke klank heeft verloren, dringt duidelijker tot hem door. Hij hoort een deur die wordt geopend, maar niet die van de kamer waarin hij hulpeloos op de grond ligt.

‘Pak jij zijn voeten?’ – Karin Hazendonk – 

Woest grommend kronkelt hij over de vloer. Hij moet hier weg zien te komen en snel! Hij voelt hoe handen naar zijn benen graaien. Hij hoort haar vloeken. Het plakband verbergt zijn grijns. Mooi zo!

“Verdomme! Schiet op voordat hij er is!”

De stem van de vrouw slaat over en onder andere omstandigheden zou het zelfs nog komisch zijn. Vanuit zijn ooghoek ziet Jens zijn vader klungelig een poging doen haar te helpen. Duidelijk  niet erg enthousiast om zijn bloedeigen zoon om het loodje te leggen.

Met een klap zwaait de deur open naar de ruimte waar Jens met zijn vader en de vrouw ligt te worstelen. Een man in een strak, driedelig pak stapt naar binnen en kijkt afkeurend naar het tafereel. Achter hem volgen twee mannen, van wie hij alleen de vlekkeloos gepoetste zwarte schoenen ziet.

“Wat gebeurt hier?” vraagt de man met een zware stem en een slepend accent. “Wat doet die knul hier?”

De vrouw laat Jens los en neemt snel een stap naar voren, haar kleding met trillende handen ordenend.

“Sorry meneer Zorbas, hij kwam op het verkeerde moment binnenvallen. We lossen het op. U hoeft zich geen zorgen te maken.” – Amber Brejaart –

Beste debuutthriller van het jaar

Ragdoll.jpg

Ragdoll – Daniel Cole

Uit het niets kwam in februari de fenomenale debuutthriller Ragdoll tevoorschijn. Geen blog, boekensite of verkooppunt kon men betreden zonder met dit boek te worden geconfronteerd. Nu een half jaar later de storm weer is gaan liggen, kan de belangrijke vraag beantwoord worden. Is Ragdoll daadwerkelijk zo goed of heeft Luijtingh-Sijthoff een bewonderenswaardig staaltje promotiewerk afgeleverd?

Het uiterlijk van het boek springt direct in het oog. Het is een van de meest bijzondere en slimste ontwerpen van een kaft, waarbij direct een link is gelegd met het verhaal. De rug van het boek is aan elkaar genaaid met rood touw, de bladzijden bij elkaar houdend. Dit refereert direct aan datgene waar het gehele verhaal om draait, de lappenpop.

Tegenover het appartement van rechercheur William Fawkes, beter bekend als Wolf, wordt een lichaam van zes aan elkaar genaaide lichaamsdelen gevonden. Wolf is na maanden psychologisch onderzoek net weer actief, maar hij wordt meteen betrokken in deze complexe moordzaak. Alles wijst erop dat de moordenaar erop uit is om Wolf uit te dagen. Samen met zijn trouwe collega Emily Baxter en nieuweling Alex Edmunds proberen ze de moordenaar een stap voor te zijn. De lappenpopmoordenaar is niet van plan te stoppen en hij bezorgt een lijst met de volgende zes namen bij Wolfs ex-vrouw Andrea, een televisiejournalist met een torenhoge ambitie. Samen proberen zij de moordenaar een halt toe te roepen.

Daniel Cole trekt in zijn debuutthriller alle clichés uit de kast. Een bittere rechercheur geplaagd door het verleden, het groentje, een agent met persoonlijke problemen en een lastige journalist. Een voor een komen ze allemaal de hoek om kijken. Ragdoll is daarentegen zo knap geschreven dat al deze clichés niet hinderlijk zijn. De verschillende problemen zijn door elkaar geweven, waardoor het niet stoort en juist volledig tot zijn recht komt. Acties en reacties van Wolf zijn terug te leiden naar conflicten in zijn verleden, hierdoor krijgt zijn personage diepgang. Hetzelfde geldt voor de overige personages. En zeg nou eerlijk, wat is er nu leuk aan een rechercheur zonder emotionele schade?

Tot laat in het verhaal tast je compleet in het duister over wie de mogelijke moordenaar is. Op het moment dat je het eindelijk wel weet, voert Cole de spanning nog wat extra op. Dit is een van de sterkste punten van Ragdoll. In eerste instantie lijkt het een klassieke whodunnit, maar zelfs daar weet Daniel Cole een eigen draai aan te geven. Je zou kunnen zeggen dat het verhaal alle elementen heeft van een klassieke thriller, maar in de essentie is het compleet anders. Een groter compliment kun je niet geven.

Is Ragdoll de beste thriller van het jaar? Dat is op dit moment nog lastig te zeggen. De kans is echter zeer groot dat Daniel Cole het beste thrillerdebuut van het jaar heeft geschreven. Een ijzersterk debuut.

Eindoordeel: 4,5/5

 

Verhaal X (4)

De geur van rook en alcohol komt Jens tegemoet als hij het vervallen flatgebouw binnen gaat. Hij is hier de laatste maanden al veel te vaak geweest. De gang wordt gekenmerkt door afzichtelijke graffiti. In veel gevallen kan graffiti kunstzinnig genoemd worden, maar in deze flat wonen absoluut geen kunstenaars. Dichtgetimmerde deuren volgespoten met fluorescerende verf doen vermoeden dat de flat verlaten is. Het tegendeel is echter waar.

Bij het opgaan van de trap komt het dreunen van de muziek steeds dichterbij. Als Jens bijna bij de juiste deur is, voelt hij in zijn hele lichaam de muziek trillen. Hij voelt zich net zo zenuwachtig als de eerste keer dat hij hier was, misschien is het dit keer zelfs erger. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij veegt vluchtig het zweet van zijn handen af aan zijn lichtblauwe spijkerbroek.  Hij ademt diep uit en bonkt met zijn vuist twee keer op de eikenhouten deur. Het dreunen van de muziek gaat door. Na tien lange, zenuwslopende seconden wordt de deur opengedaan door een bekend gezicht. In de deuropening staat de gezette man waar Jens naar op zoek is. – Boekenliefhebber – 

“Pap?”

De man kijkt hem niet aan, maar staart in plaats daarvan naar het kleine, zilvergrijze kistje dat Jens in zijn hand geklemd heeft. De moed zakt Jens in de schoenen als hij ziet dat zijn vader zeer zeker stoned en dronken is. Hij doet een stap naar achteren om Jens binnen te laten en de geur van drugs, alcohol en zweet komt hem tegemoet.

De hal is donker en ruikt muf. Zijn vader sjokt traag achter hem aan en bij elke stap kraken de houten planken onder zijn zware gewicht. Als Jens de deur naar de woonkamer nadert, ziet hij in de hoek van de kamer een zwarte stereo-installatie staan die op vol volume de klanken de wereld in slingert. Hij draait de volumeknop uit en een onheilspellende stilte daalt neer in het appartement. Op het tafeltje bij de versleten bank ziet Jens een brandende joint liggen en op de hoek twee strakke, witte lijntjes. Hij loopt naar het tafeltje en drukt de joint uit.

“Ik heb het gedaan, pap.”

Jens laat het kistje zien. Zijn vader strekt een hand uit, maar Jens trekt het kleine, vierkante voorwerp weer naar zich toe.

“Ik kan het nog steeds niet geloven, maar ik heb het geld waar je om vroeg,” gaat hij verder. “Nu is het jouw beurt om de rekening te vereffenen, je hebt het ons al moeilijk genoeg gemaakt.” – Eline schrijft hier. – 

Jens kijk zijn vader aan. Beiden zwijgen. Zweet parelt langs de magere wangen van zijn vaders gezicht. Zijn ogen flitsen zenuwachtig heen en weer en blijven hangen op een punt achter Jens’ hoofd. ‘Jur, wie is daar?’ vraagt een zachte zangerige stem. Jens draait zich om.
Lang donker haar, witte gympen en een spijkerbroek. Een zacht glimmende, olijfkleurige huid. De lichte geur van amandelmelk die de lucht vult.

‘Nou?’ vraagt het wonder in de keukendeur? ‘Wie?’ Jur zucht, draait zich naar haar om en zegt: ‘Dit is mijn zoon, Jens.’
‘Zoon… Jens?’ Haar donkere ogen taxeren beide mannen. ‘Een antwoord graag…’

‘Ehmmm…Yep. Zoon.’

Even blijft het stil. Plots schiet er iets door de kamer. In een flits ziet Jens een donkere arm voorbij komen, een been met een witte gymp en dan wordt het zwart.

Als Jens bijkomt voelt hij als eerste de harde grond, daarna het gebonk in zijn hoofd en de tape op zijn mond en om zijn handen.
Hij doet een bodycheck. Zijn voeten kan hij bewegen, hij weet het antwoord op de vraag wat de wortel van 49 is en herinnert zich zijn geboortedatum, naam en adres. Zijn ogen zijn gewend aan het duister en hij kan de contouren van een kamer zien. Ook gunstig.
Opgelucht haalt hij adem. De schade lijkt beperkt. – Denise Hulst – 

Zijn gedachten ordenen zich. Is hij neergemaaid door een vrouw wier stem hem in eerste instantie aangenaam in de oren had geklonken?

Shit! Het kistje. De enige reden om na al die tijd de stap te nemen om zijn vader op te zoeken. Het zou hen beiden kunnen redden van een onvermijdelijke ondergang.

Waar is het?

Jens luistert ingespannen als zachte stemmen zijn oren bereiken. Een flard van het gesprek dat hij opvangt, bezorgt hem koude rillingen. ‘… weet te veel. Hij moet … De gracht is diep genoeg. Zo snel mogelijk … vannacht nog.’

Jens wacht op de stem van zijn vader die een protest moet laten horen. Dat gebeurt niet, maar hij hoort een instemmend gemompel.

Met alle kracht die hij in zich heeft, beweegt hij zijn armen. Het solide plakband wijkt geen millimeter en Jens voelt de paniek in zich omhoog kruipen. Hij had beter moeten weten. Zijn vader kent geen scrupules.

Gedachten snellen hem vooruit. Hoewel hij de grachten op zijn duimpje kent, zal het koude water zijn spieren verlammen.

De vrouwenstem die niets van haar lieflijke klank heeft verloren, dringt duidelijker tot hem door. Hij hoort een deur die wordt geopend, maar niet die van de kamer waarin hij hulpeloos op de grond ligt.

‘Pak jij zijn voeten?’ – Karin Hazendonk – 

Verhaal X (3)

De geur van rook en alcohol komt Jens tegemoet als hij het vervallen flatgebouw binnen gaat. Hij is hier de laatste maanden al veel te vaak geweest. De gang wordt gekenmerkt door afzichtelijke graffiti. In veel gevallen kan graffiti kunstzinnig genoemd worden, maar in deze flat wonen absoluut geen kunstenaars. Dichtgetimmerde deuren volgespoten met fluorescerende verf doen vermoeden dat de flat verlaten is. Het tegendeel is echter waar.

Bij het opgaan van de trap komt het dreunen van de muziek steeds dichterbij. Als Jens bijna bij de juiste deur is, voelt hij in zijn hele lichaam de muziek trillen. Hij voelt zich net zo zenuwachtig als de eerste keer dat hij hier was, misschien is het dit keer zelfs erger. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij veegt vluchtig het zweet van zijn handen af aan zijn lichtblauwe spijkerbroek.  Hij ademt diep uit en bonkt met zijn vuist twee keer op de eikenhouten deur. Het dreunen van de muziek gaat door. Na tien lange, zenuwslopende seconden wordt de deur opengedaan door een bekend gezicht. In de deuropening staat de gezette man waar Jens naar op zoek is. – Boekenliefhebber – 

“Pap?”

De man kijkt hem niet aan, maar staart in plaats daarvan naar het kleine, zilvergrijze kistje dat Jens in zijn hand geklemd heeft. De moed zakt Jens in de schoenen als hij ziet dat zijn vader zeer zeker stoned en dronken is. Hij doet een stap naar achteren om Jens binnen te laten en de geur van drugs, alcohol en zweet komt hem tegemoet.

De hal is donker en ruikt muf. Zijn vader sjokt traag achter hem aan en bij elke stap kraken de houten planken onder zijn zware gewicht. Als Jens de deur naar de woonkamer nadert, ziet hij in de hoek van de kamer een zwarte stereo-installatie staan die op vol volume de klanken de wereld in slingert. Hij draait de volumeknop uit en een onheilspellende stilte daalt neer in het appartement. Op het tafeltje bij de versleten bank ziet Jens een brandende joint liggen en op de hoek twee strakke, witte lijntjes. Hij loopt naar het tafeltje en drukt de joint uit.

“Ik heb het gedaan, pap.”

Jens laat het kistje zien. Zijn vader strekt een hand uit, maar Jens trekt het kleine, vierkante voorwerp weer naar zich toe.

“Ik kan het nog steeds niet geloven, maar ik heb het geld waar je om vroeg,” gaat hij verder. “Nu is het jouw beurt om de rekening te vereffenen, je hebt het ons al moeilijk genoeg gemaakt.” – Eline schrijft hier. – 

Jens kijk zijn vader aan. Beiden zwijgen. Zweet parelt langs de magere wangen van zijn vaders gezicht. Zijn ogen flitsen zenuwachtig heen en weer en blijven hangen op een punt achter Jens’ hoofd. ‘Jur, wie is daar?’ vraagt een zachte zangerige stem. Jens draait zich om.
Lang donker haar, witte gympen en een spijkerbroek. Een zacht glimmende, olijfkleurige huid. De lichte geur van amandelmelk die de lucht vult.

‘Nou?’ vraagt het wonder in de keukendeur? ‘Wie?’ Jur zucht, draait zich naar haar om en zegt: ‘Dit is mijn zoon, Jens.’
‘Zoon… Jens?’ Haar donkere ogen taxeren beide mannen. ‘Een antwoord graag…’

‘Ehmmm…Yep. Zoon.’

Even blijft het stil. Plots schiet er iets door de kamer. In een flits ziet Jens een donkere arm voorbij komen, een been met een witte gymp en dan wordt het zwart.

Als Jens bijkomt voelt hij als eerste de harde grond, daarna het gebonk in zijn hoofd en de tape op zijn mond en om zijn handen.
Hij doet een bodycheck. Zijn voeten kan hij bewegen, hij weet het antwoord op de vraag wat de wortel van 49 is en herinnert zich zijn geboortedatum, naam en adres. Zijn ogen zijn gewend aan het duister en hij kan de contouren van een kamer zien. Ook gunstig.
Opgelucht haalt hij adem. De schade lijkt beperkt. – Denise Hulst – 

Verhaal X (2)

De geur van rook en alcohol komt Jens tegemoet als hij het vervallen flatgebouw binnen gaat. Hij is hier de laatste maanden al veel te vaak geweest. De gang wordt gekenmerkt door afzichtelijke graffiti. In veel gevallen kan graffiti kunstzinnig genoemd worden, maar in deze flat wonen absoluut geen kunstenaars. Dichtgetimmerde deuren volgespoten met fluorescerende verf doen vermoeden dat de flat verlaten is. Het tegendeel is echter waar.

Bij het opgaan van de trap komt het dreunen van de muziek steeds dichterbij. Als Jens bijna bij de juiste deur is, voelt hij in zijn hele lichaam de muziek trillen. Hij voelt zich net zo zenuwachtig als de eerste keer dat hij hier was, misschien is het dit keer zelfs erger. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij veegt vluchtig het zweet van zijn handen af aan zijn lichtblauwe spijkerbroek.  Hij ademt diep uit en bonkt met zijn vuist twee keer op de eikenhouten deur. Het dreunen van de muziek gaat door. Na tien lange, zenuwslopende seconden wordt de deur opengedaan door een bekend gezicht. In de deuropening staat de gezette man waar Jens naar op zoek is. – Boekenliefhebber – 

“Pap?”

De man kijkt hem niet aan, maar staart in plaats daarvan naar het kleine, zilvergrijze kistje dat Jens in zijn hand geklemd heeft. De moed zakt Jens in de schoenen als hij ziet dat zijn vader zeer zeker stoned en dronken is. Hij doet een stap naar achteren om Jens binnen te laten en de geur van drugs, alcohol en zweet komt hem tegemoet.

De hal is donker en ruikt muf. Zijn vader sjokt traag achter hem aan en bij elke stap kraken de houten planken onder zijn zware gewicht. Als Jens de deur naar de woonkamer nadert, ziet hij in de hoek van de kamer een zwarte stereo-installatie staan die op vol volume de klanken de wereld in slingert. Hij draait de volumeknop uit en een onheilspellende stilte daalt neer in het appartement. Op het tafeltje bij de versleten bank ziet Jens een brandende joint liggen en op de hoek twee strakke, witte lijntjes. Hij loopt naar het tafeltje en drukt de joint uit.

“Ik heb het gedaan, pap.”

Jens laat het kistje zien. Zijn vader strekt een hand uit, maar Jens trekt het kleine, vierkante voorwerp weer naar zich toe.

“Ik kan het nog steeds niet geloven, maar ik heb het geld waar je om vroeg,” gaat hij verder. “Nu is het jouw beurt om de rekening te vereffenen, je hebt het ons al moeilijk genoeg gemaakt.” – Eline schrijft hier. –